Hoe werkt een strafrechtelijke procedure?

Wanneer iemand een strafbaar feit heeft gepleegd, vervolgt het Openbaar Ministerie diegene in een strafrechtelijke procedure. Tijdens deze procedure gaat een rechter beoordelen of de verdachte schuldig is aan het strafbare feit

– en zo ja, welke straf daarbij past.

1. Vooronderzoek

Vaak begint een strafrechtelijke procedure met een aangifte of een ontdekking van de politie. Dan start er een vooronderzoek, waarin de politie en het Openbaar Ministerie onderzoek doen naar het strafbare feit en de verdachte zelf. Soms is er een rechter-commissaris betrokken bij dit onderzoek. Dit is een bijzondere rechter die in de gaten houdt of het onderzoek evenwichtig en volledig is. Ook bewaakt de rechter-commissaris de voortgang van het vooronderzoek. Een rechter-commissaris kan zelf onderzoek doen, of worden ingeschakeld door een advocaat of de officier van justitie.

Opsporingsonderzoek

Het opsporingsonderzoek maakt deel uit van het vooronderzoek en wordt geleid door de officier van justitie. De politie verzamelt bewijs en gaat op zoek naar de verdachte. Zo kunnen er bijvoorbeeld getuigen verhoord worden. In een proces-verbaal worden alle bevindingen van de politie vastgelegd. Het proces-verbaal wordt door de politie naar de officier van justitie gestuurd, die het Openbaar Ministerie vertegenwoordigt. De officier van justitie beoordeelt vervolgens hoe sterk het bewijs is, of het proces-verbaal duidelijk is en of de verdachte voor de rechter moet komen.

2. Dagvaarding

Indien de officier van justitie heeft besloten dat de zaak voor de rechter moet komen, ontvangt de verdachte een dagvaarding van het OM. De uitreiking van de dagvaarding wordt ook wel een betekening genoemd. In de dagvaarding staat beschreven dat de officier van justitie de verdachte vervolgt, en voor welk strafbaar feit de verdachte vervolgd wordt. Ook staat er waar en wanneer de zitting met de rechter plaatsvindt, of er getuigen zijn, of een slachtoffer een vordering tot schadevergoeding heeft ingediend en welk soort rechter de zaak gaat behandelen. Dit kan een kantonrechter zijn in het geval van overtredingen, of een politierechter bij een relatief licht feit waarvoor de officier van justitie maximaal 1 jaar gevangenisstraf vraagt. Bij zware zaken komen er 3 rechters aan te pas in een meervoudige kamer. Een strafbaar feit op het gebied van bijzondere strafwetten, zoals milieuwetgeving en financiële wetgeving, wordt behandeld door een economische politierechter of een meervoudige economische kamer. Tenslotte staan de rechten waar de verdachte gebruik van kan maken vermeld op de achterzijde, bijvoorbeeld het recht op rechtsbijstand. Een verdachte heeft recht op inzage in het dossier, evenals het recht om een bezwaar te maken of uitstel van de zitting aan te vragen.

3. De zitting

Op de dag van de zitting moet een verdachte zich melden bij de rechtbank, waar hij/zij op de gang dient te wachten tot de zaak begint. Een bode roept de naam van de verdachte en de zaak wanneer deze aan de beurt is. Zo’n eerste zitting is meestal een pro-formazitting, waarin de zaak nog niet inhoudelijk behandeld wordt. Er wordt bijvoorbeeld gekeken of de advocaat van de verdachte en/of het OM nog onderzoekswensen hebben. Het kan zijn dat een verdachte ten tijde van de pro-formazitting al in hechtenis zit. In dat geval moet de stand van zaken elke 90 dagen worden besproken en wordt er telkens beoordeeld of de verdachte nog steeds vast moet blijven zitten. In sommige omstandigheden kiest de rechter ervoor om de voorlopige hechtenis te beëindigen of te schorsen.

De verdachte is zelf niet verplicht om naar de zitting te komen en kan de verdediging dus aan zijn of haar advocaat overlaten. De advocaat moet hiervoor gemachtigd worden. Als de verdachte niet reageert op de dagvaarding, geen advocaat machtigt en niet op komt dagen, kan de rechter de zaak buiten de aanwezigheid van de verdachte behandelen. Een verdachte kan zijn of haar mening in een brief aan de rechter laten weten. De rechter kan een verdachte ook verplichten om te verschijnen.

Eventuele getuigen worden vaak al voor de zitting gehoord door de rechter-commissaris, en hoeven dan niet aanwezig te zijn om te getuigen tijdens de zitting. Hetzelfde kan gelden voor deskundigen, echter zijn deskundigen vaak alsnog aanwezig zodat de rechter vragen kan stellen. Soms wordt er een tolk geregeld voor verdachten die niet goed Nederlands spreken, doof of slechthorend zijn.

Het slachtoffer mag zelf aangeven of hij of zij geïnformeerd wil worden over de zittingsdatum, en mag de zitting ook bijwonen. Wanneer het slachtoffer een schadevergoeding eist, kan hij of zij dat verzoek tijdens de zitting toelichten. Ook krijgen slachtoffers van gewelds- of zedenzaken de bevoegdheid om gebruik te maken van hun spreekrecht. In dat geval kunnen zij tijdens de zitting toelichten welke gevolgen het strafbaar feit heeft gehad, of een schriftelijke slachtofferverklaring opmaken die wordt voorgelezen tijdens de zitting.

Zittingen zijn in principe openbaar voor iedereen ouder dan 12 jaar. Indien iemand tussen de 12 en 18 jaar de zaak wil bijwonen, mag de voorzitter van de rechtbank bepalen of hij of zij dit ongepast vindt en eventueel de toegang weigeren. Bij kwetsbare of privacygevoelige zaken (bijvoorbeeld in het geval van een minderjarige verdachte) kan de zitting achter gesloten deuren plaatsvinden. De uitspraak is echter altijd openbaar.

Een zitting verloopt als volgt:

  • Nadat de bode de naam en zaak van de verdachte heeft geroepen, neemt iedereen plaats.
  • De rechter kijkt de persoonsgegevens na en legt uit wat de rechten van de verdachte zijn tijdens de zitting (bijvoorbeeld het feit dat de verdachte niet hoeft te antwoorden).
  • De tenlastelegging, waarin wordt uitgelegd van welk strafbaar feit de verdachte wordt verdacht, wordt voorgelezen door de officier van justitie.
  • De rechter voert een onderzoek uit waarin hij of zij vragen stelt aan de verdachte, getuigen en deskundigen hoort en bewijsstukken behandelt.
  • Indien de benadeelde partij een vordering heeft gedaan voor een schadevergoeding, wordt dit behandeld. Het slachtoffer mag dit verzoek toelichten.
  • Bij bepaalde zaken mag het slachtoffer spreekrecht uitoefenen, los van het verzoek tot schadevergoeding.
  • De persoonlijke omstandigheden van de verachten worden behandeld.
  • De officier van justitie geeft aan wat zijn of haar standpunt is en welke straf er geëist wordt.
  • De verdachte verdedigt zichzelf, of laat een advocaat dit doen, tijdens een pleidooi.
  • De officier van justitie gaat in op het pleidooi.
  • De verdachte en zijn/haar advocaat mogen reageren op het pleidooi van de officier van justitie. De verdachte zelf mag echter geen vragen stellen, alleen aangeven wanneer iets onduidelijk is.
  • De verdachte krijgt het laatste woord.
  • De rechter sluit het onderzoek af en geeft aan wanneer er een uitspraak wordt gedaan.

4. De uitspraak

Over het algemeen wordt er direct mondeling uitspraak gedaan door de kanton- of politierechter. Binnen 2 weken ontvangt de advocaat of de verdachte een aantekening van het vonnis. Indien er sprake is van meerdere rechters, moeten deze eerst met elkaar overleggen. De uitspraak wordt dan uiterlijk binnen 2 weken gedaan.

Er zijn meerdere mogelijkheden voor de uitspraken. Zo kan de politierechter of meervoudige kamer een verdachte vrijspreken, een straf of maatregel (bijvoorbeeld een boete, taakstraf, schadevergoeding, vrijheidsstraf of ontzegging van de rijbevoegdheid) opleggen of ontslaan van alle rechtsvervolging. In het geval van de laatste optie kan de verdachte niet veroordeeld worden, ondanks dat het strafbare feit bewezen is. Dat kan gebeuren in het geval van zelfverdediging of andere bijzondere omstandigheden.

5. Hoger beroep

Als de verdachte of de officier van justitie het niet eens is met de beslissing van de rechtbank, kan diegene in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Dit verzoek moet binnen 2 weken worden ingediend. Hoger beroep is altijd mogelijk wanneer het om een misdrijf gaat. Indien het om een overtreding gaat, kan de verdachte alleen in hoger beroep gaan in het geval van een geldboete van minimaal 50 euro, of een andere straf of maatregel. De reden van het hoger beroep kan op het zogenaamde grievenformulier worden toegelicht.

Zelf een moord oplossen?

Denk jij het in je te hebben om zelf een moord op te lossen? Bekijk onze openstaande moordzaken om zelfstandig of als team t/m 12 personen op te lossen.

Nationaal Burger Recherche Dienst

Bij de Nationaal Burger Recherche Dienst (NBRD) kun je als burger een realistische moordzaak oplossen. Je ontvangt toegang tot de online crime database met het politiedossier, foto's, lijkschouwingsrapport en video's van verhoren en beveiligingscamera's. Het is tevens mogelijk het fysieke dossier via post te ontvangen. Je kunt een moordzaak 7 dagen per week en 24 uur per dag starten door je aan te melden voor een moordzaak.


NBRD

Postbus 15734, 1001 NE Amsterdam
+31 (0)88 408 0888
info@nbrd.nl
Ma-Vr: 09.00 - 17.00 uur


Neem contact op